De onverbeterlijk romantische wetenschap van de verbeelding

Toegegeven, ik dwaal door het alledaagse. In mijn aannames en voorlopige conclusies mis ik soms enerzijds en vaak anderzijds het punt waar het hier om gaat. Om te beginnen moet ik dus ‘Ik’ zeggen. Het is weinig zinvol om mezelf te presenteren als de woordvoerder van een imaginair ‘Wij’.

‘Het punt’ waar ik alweer een tijdje mijn vinger op probeer te leggen is de kwestie van mijn eigen al dan niet exacte waarneming door de jaren heen. Steeds vaker moet ik toegeven dat ik weer in de illusie van mijn onverbeterlijk romantische wetenschap blijk te zijn getrapt, gestonken, mezelf erin heb geluisd.

Verbeelding – ook wel creativiteit genoemd – is wat dat betreft een vloek en een zegen tegelijk. Als je zoals ik rijkelijk voorzien bent van dit talent is het gemakkelijk de voordelen te zien. De nadelen kom je pas na langdurige bestudering en door contemplatie van schade en schande te weten. Daarbij klopt het dat verbeelding geen exacte wetenschap is. Het is eerder een vaardigheid waar de wetenschap niet zonder kan. Zonder esthetica is de wetenschap een blinde vlek. Pas met hulp van de verbeelding krijgt zij een gezicht. Dat laatste lijkt een constatering, maar kan ook een vraag zijn. Krijgt de wetenschap met hulp van de verbeelding een gezicht? Dat is mogelijk, maar er kan ook nog een ander verschijnsel optreden, namelijk dat van ‘het masker’. Waarneming en werkelijkheid vormen namelijk een valkuil op zichzelf. Waarbij de vraag naar ‘echt’ of ‘onecht’ onmogelijk te beantwoorden is.

Wetenschap lijkt de belofte in te houden van een exacte onomstotelijke waarheid die een langdurige, duurzame, geldigheid bezit. Het verschijnsel dat hier zichtbaar wordt heet ‘perceptie’. Perceptie – het sturen van de waarneming – is een oud en beproefd middel van wat ‘marketing-gereedschap’ heet. Marketing en Media liggen in elkaars verlengde. Zij maken deel uit van hetzelfde platform van het conceptuele dat ook wel ‘Merk’ wordt genoemd. Ook wetenschap is een Merk. Een verschijnsel dat noch waar of onwaar is, doch zijn bestaansrecht ontleent aan wat ‘gedrag’ wordt genoemd. Als wetenschap een ‘merk’ is lijkt het me zinvol de vraag te stellen of wat ‘verbeelding’ heet ook onder merkdenken valt.

De vraag stellen is hem beantwoorden. Waarbij ‘de onverbeterlijk romantische wetenschap van de verbeelding’ op scherp komt te staan. Ik zou namelijk kunnen denken dat ‘romantisch’ synoniem is met ‘naïef’ of ‘idealistisch’, ‘wetenschappelijk’ synoniem met ‘realistisch’. Zulke betekenissen zijn aan verandering onderhevig, ze kunnen zelfs verschuiven en van plaats verwisselen. Om even terug te keren naar de cynische kant van merkdenken: alles moet verkocht worden. Ook dit en dat.


The Incorrigible Romantic Science of the Imagination

Admittedly, I wander through the mundane. In my assumptions and preliminary conclusions I sometimes miss the point on the one hand and often on the other. So to begin with, I have to say ‘I’. It makes little sense to present myself as the spokesperson for an imaginary ‘We’.

“The point” I’ve been trying to put my finger on for a while now is the question of my own perception, whether or not it is exact, over the years. More and more often I have to admit that I have once again fallen into the illusion of my incorrigible romantic science, that I have stumbled upon myself, that I have framed myself.

Imagination – also called creativity – is in that respect a curse and a blessing at the same time. If, like me, you are richly endowed with this talent, it is easy to see the benefits. The disadvantages come to you only after long study and through contemplation of harm and shame. It is true that imagination is not an exact science. Rather, it is a skill that science cannot do without. Without aesthetics, science is a blind spot. Only with the help of the imagination does she get a face. The latter seems to be an observation, but it can also be a question. Does the imagination give science a face? That is possible, but there can also be another phenomenon, namely that of ‘the mask’. Perception and reality are pitfalls in themselves. Where the question of ‘real’ or ‘false’ is impossible to answer.

Science seems to hold the promise of an exact indisputable truth that has a long-lasting, lasting, validity. The phenomenon that becomes visible here is called ‘perception’. Perception – directing observation – is an old and tried-and-true means of what is called a ‘marketing tool’. Marketing and Media are an extension of each other. They are part of the same platform of the conceptual that is also called ‘Brand’. Science is also a Brand. A phenomenon that cannot be called either true or false, but derives its raison d’être from what is called ‘behaviour’. If science is a ‘brand’, then I think it makes sense to ask the question whether what is called ‘imagination’ also falls under brand thinking.

To ask the question is to answer it. In which ‘the inveterately romantic science of the imagination’ comes into focus. I might think that ‘romantic’ is synonymous with ‘naive’ or ‘idealistic’, ‘scientific’ is synonymous with ‘realistic’. Such meanings are subject to change, they can even shift and change places. To return for a moment to the cynical side of brand thinking: everything has to be sold. Also this and that.


3 thoughts on “De onverbeterlijk romantische wetenschap van de verbeelding

  1. Goed stuk. Gefeliciteerd.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close