‘De Dubbelganger’, uit: ‘Tweeënvijftig vergezichten op de Euromast.’ (2)

Hoe roep je dingen op? Zandvlaktes, lege plekken, bebouwing doet me niet zo veel. Aan de andere kant, kijken is beter dan definiëren. De herinnering, de beschrijving van een plek, een landschap, een stad, onderdeel van iets. Wat? Van iets groters. Kijk er maar naar. Het ‘kijken’ gaat vooraf aan het oproepen van alles tezamen, ‘dat wat in jezelf verzonken ligt’. En toch, beschrijven of verdichten is het meest nutteloze dat je kunt doen. Auteurs zijn wat dat betreft volkomen nutteloze figuren, want je hebt niks en het wordt nooit wat. Dat is het wonderlijke van schrijven of poëzie, het is één langdurige poging om van de wind te leven, driedubbel overgehaalde waanzin.

Twee vriendinnen maken mij op een dag – ik ben net 25 geworden – deelgenoot van het feit dat ergens in deze stad een man leeft die sprekend op mij lijkt. Ik neem de mededeling ter kennisgeving aan. Josephine – ooit medeleerling van de lagere school – zegt: ‘ik zag je laatst bij Metrostation Beurs en zwaaide naar je en riep je naam. Je reageerde niet en gaf geen teken van herkenning. Toen realiseerde ik me dat je een dubbelganger hebt, vreemd, wist je dat?’ Ze vertelt me dit verhaal tijdens een fotoshoot die ik ‘last-minute’ voor haar verzorg, tijdens een Missverkiezing in een obscure bolvormige discotheek in Rotterdam-Zuid. Even flitst een soortgelijk verhaal van Sophia door mijn hoofd – mijn eerste liefde – maar ik wordt afgeleid door één van de mannen die in een groepje ‘kleerkasten’ aan de bar zitten. ‘Wat kommie doen hier fotograaf?’ Ik draai me om en leg rustig uit dat ik ben gevraagd door de dame van het modellenbureau die deze avond organiseert. De breed geschouderde man met half lang sluik golvend haar, een matje, glimlacht instemmend en loopt weer naar zijn vrienden. Even later staat hij opnieuw naast me en vraagt: ‘biertje, fotograaf?’ De prijzen van de drankjes zijn in deze tent nogal aan de hoge kant. Toch lijkt het me niet verstandig zijn aanbod te weigeren. Even later toast ik op zijn gezondheid en dat van zijn gezelschap. Nu vraagt hij of ik een foto van hem en zijn maten wil maken en of ik die wil opsturen naar dit adres. Later blijkt dat het de enige foto’s van die avond zijn die onderbelicht zijn gebleven. Het is al midden in de nacht als mijn werk erop zit. Als ik wil vertrekken vraagt de man met het matje op mijn weg naar de uitgang: ‘hé fotograaf, wil je nog wat van me naaien?’ Ik weet dat dit één grote testcase is. Ik denk, ik zeg maar zo ik zeg maar niks. Ik wens hem goedenavond, lach, draai me rustig om en loop weg. Buiten pak ik mijn fiets. Tijdens de terugweg over de Oranjeboomstraat en de Willemsbrug kijk ik af en toe over mijn schouder, je weet maar nooit.

Op een zonnige middag in mei loop ik over de Nieuwe Binnenweg. Ter hoogte van de Gaffelstraat wordt ik ingehaald door een ravissante jonge vrouw met lang donker haar en blauwe ogen. Voor ik iets kan zeggen hangt ze om mijn nek en kust me innig. ‘Hallo John, hoe is het met jou, lang niet gezien.’ Het duurt even voor me iets begint te dagen. Nee, zeker niet vervelend dit moment, maar ik moet haar toch uitleggen dat ik John niet ben. Ze stelt zich voor en zegt: ‘ik kan het niet geloven, doe niet zo raar.’ Pas als ik haar mijn paspoort laat zien valt het muntje. Ze kan er wel om lachen en na een paar minuten wenst ze me een goede dag, en loopt richting de Mauritsweg, ze draait zich nog een keer om en zwaait.

Een kwartiertje later kom ik voor een afspraak in een jazzcafé op de ’s-Gravendijkwal. Aan de bar zit een man van middelbare leeftijd die me eveneens met ‘John’ aanspreekt. Ik vertel hem wat me net is overkomen. Vol ongeloof kijkt hij me aan. ‘Zit je me nu in de maling te nemen?’ Ook aan hem toon ik mijn paspoort. In het gesprek dat hier op volgt blijkt dat hij grafisch ontwerper is, net als ik, en een goede vriend van John, een jazzdrummer. Hij vertelt me wat persoonlijke details over John. Dat hij woont in een pand op de hoek van de Blommersdijkselaan en de Bergweg, en getrouwd is met een bekende cabaretière. Nog steeds licht verbijsterd neemt hij afscheid, als mijn afspraak is gearriveerd. ‘Dag mijnheer de Geus.’

Het is hoogzomer als ik besluit te gaan lunchen bij Zochers in het Euromastpark. Het is nog vroeg in de middag en het restaurant is zo goed als leeg. De barman kijkt me aan en begroet me met: ‘zo vervelende vent, ben jij er ook weer?’ Ik vraag me hardop af of hij misschien de verkeerde voor zich ziet. ‘Maar jij bent toch die drummer?’ Ik leg hem uit wat ik de afgelopen tijd heb meegemaakt. Het duurt niet lang voor hij zich excuseert. Ik bestel koffie en soep met brood. Als ik aanstalten maak om op te stappen maakt hij me duidelijk dat ik de rekening niet hoef te betalen. ‘Sorry hoor, een stomme vergissing, ik maak het goed met je.’

Twee winters later kom ik laat op de avond met een medestudent van de Kunstacademie nog even wat drinken in Café Het Bolwerk in Het Witte Huis. Het is druk en we gaan zitten aan een tafel in de nieuwe achterruimte bij het raam. Vanaf de plek waar ik zit heb ik zicht op de bar aan de voorkant van het etablissement. Opeens valt me op dat op de hoek van de bar een man staat te oreren die me bekend voorkomt. Als ik goed kijk zie ik dat hij vanaf deze afstand als twee druppels water lijkt op mij. ‘Déjà vu’. Ik herken mijn motoriek, de gebaren, de lach en het gezicht. Als ik ga staan en iets dichterbij kom valt me een iets afwijkende haarstijl op. Ook zijn stem is anders. Ik ga weer zitten bij mijn collega. We drinken nog wat en gaan dan naar huis. Sommige dingen wil je niet weten, je laat ze met rust.

Feiten zijn vreemder dan fictie. Een dubbelganger is een verontrustend fenomeen tot je noodzakelijkerwijs je interesse verliest. In Maastricht woont een jonge diepzeeduiker met mijn voor- en achternaam. De gelijkenis gaat niet verder dan de naam. Wel handig dat ik de domeinnaam met mijn eigennamen op tijd heb geregistreerd.

John sterft ruim dertig jaar later aan een hartaanval. In de tussentijd werd hij een bekende naam als manager van televisiepersoonlijkheden in het schnabbelcircuit. Als ik naar foto’s kijk uit zijn jongere jaren op de website van een muziek encyclopedie herken ik mezelf. Bij latere foto’s is dat niet het geval. Alles veranderd, ook een ‘lookalike’.

Lang leve de tijd. Tijd als verleden met herinnering, het heden met aanschouwing en de toekomst met verwachting. Ook het meest nutteloze wordt dankzij de tijd uitgewist. Een evenbeeld is geen stand-in.

“The Doppelgänger”, from: “Fifty-two vistas of the Euromast.” (2)

How do you summon things? Sandy plains, empty spaces, buildings don’t appeal to me. On the other hand, looking is better than defining. The memory, the description of a place, a landscape, a city, part of something. Of what? Apart from something bigger. Just look at it. The “looking” precedes the calling of everything together, “that which is absorbed in yourself”. And yet, describing or condensing is the most useless thing you can do. Authors are completely useless figures in that respect because you have nothing and it never works. That is the wonderful thing about writing or poetry, it is one long attempt to live off the wind, triple coaxed madness.

One day, two girlfriends tell me – I just turned 25 – that somewhere in this town lives a man who looks just like me. I take notice of the communication. Josephine – once a fellow pupil of primary school – says: “I saw you recently at Beurs Subway Station and waved at you and called your name. You did not respond and did not show any recognition. Then I realized that you have a double, strange, did you know that? “She tells me this story during a photoshoot that I take care of for her “last-minute”, during a beauty pageant in an obscure spherical disco in South Rotterdam. For a moment a similar story from Sophia flashes through my mind – my first love – but I am distracted by one of the men sitting at the bar in a group of “bad guys”. “What are you up to here, Mr. photographer?” I turn around and calmly explain that I was asked by the lady from the modeling agency who is organizing this evening. The broad-shouldered man with half-long straight wavy hair, a matted style, smiles in agreement and walks back to his friends. Moments later, he stands next to me again and asks: “Beer, photographer?” The prices of the drinks are quite high in this place. Still, it does not seem wise to refuse his offer. A moment later I toast to his health and that of his company. Now he asks if I want to take a photo of him and his mates and if I want to send it to this address. Later it turns out that these are the only photos from that evening that have been underexposed. It is already the middle of the night when my work is done. When I want to leave, the man with the matted hair on my way to the exit asks: “Hey photographer, do you want to have one of my girls for free?” I know this is one big test case. I think, I just don’t say anything. I wish him good evening, smile, turn around, and walk away. Outside I grab my bike. During the way back over the Oranjeboomstraat and the Willemsbrug I occasionally look over my shoulder, you never know.

On a sunny afternoon in May, I walk along the Nieuwe Binnenweg. At the Gaffelstraat I am overtaken by a ravishing young woman with long dark hair and blue eyes. Before I can say anything she hangs around my neck and kisses me deeply. “Hi John, how are you, not seen you for a long time.” It takes a while before something dawns on me. No, certainly not annoying at this moment, but I have to explain to her that I am not John. She introduces herself and says: “I can’t believe it, don’t be silly.” Only when I show her my passport does the coin drop. She can laugh about it and after a few minutes she wishes me a good day and walks towards the Mauritsweg, she turns around once again and waves.

Fifteen minutes later I come for an appointment in a jazz café on the ‘s-Gravendijkwal. At the bar sits a middle-aged man who also addresses me as “John”. I’ll tell him what just happened to me. He looks at me in disbelief. “Are you kidding me now?” I also show him my passport. In the conversation that follows, it turns out that he is a graphic designer, just like me, and a good friend of John’s, a jazz drummer. He tells me some personal details about John. That he lives in a building on the corner of Blommersdijkselaan and Bergweg and is married to a famous cabaret artist. Still slightly bewildered, he says goodbye when my appointment has arrived. ‘Goodbye Mr. de Geus.’

It is high summer when I decide to have lunch at Zochers in Euromast Park. It is still early afternoon and the restaurant is almost empty. The bartender looks at me and greets me with, “So annoying guy, are you back?” I wonder aloud if he might see the wrong one. “But you’re the drummer, right?” I explain to him what I’ve been through recently. It doesn’t take long for him to apologize. I order coffee and soup with bread. When I get ready to leave, he makes it clear to me that I don’t have to pay the bill. “Sorry, a stupid mistake, I’ll make it up to you.”

Two winters later I come late in the evening with a fellow student from the Art Academy for a drink in Café Het Bolwerk in Het Witte Huis. It’s busy and we’re going to sit at a table in the new backroom by the window. From where I sit, I have a view of the bar at the front of the establishment. Suddenly I notice that on the corner of the bar a man is orating who looks familiar to me. When I look closely I see that from this distance he looks like two drops of water like me. “Déjà vu”. I recognize my mobility, gestures, smile, and face. When I stand up and get a little closer I notice a slightly different hairstyle. His voice is also different. I sit down with my colleague again. We have a drink and then go home. Some things you don’t want to know, you leave them alone.

Facts are stranger than fiction. A doppelgänger is a disturbing phenomenon until you necessarily lose interest. A young deep-sea diver with my first and last name lives in Maastricht. The resemblance does not go beyond the name. It is handy that I registered the domain name with my proper names on time.

John dies of a heart attack more than thirty years later. In the meantime, he became a household name as a manager of television personalities in the extra earnings circuit. When I look at photos from his younger years on the website of a music encyclopedia I recognize myself. This is not the case with later photos. Everything must change, including a “lookalike”.

Long live time. Time as the past with a memory, the present with contemplation, and the future with expectation. Even the most useless is obliterated thanks to time. An image is not a stand-in.


22 thoughts on “‘De Dubbelganger’, uit: ‘Tweeënvijftig vergezichten op de Euromast.’ (2)

  1. Het blijft in meerdere opzichten een sterk verhaal!

  2. Leuke herinneringen 😊🤣

  3. Margaretha Odilia Diels vindt dit leuk.

  4. Arlette Boerlage vindt dit leuk.

  5. Mathilda de Groen vindt dit grappig.

  6. Diana Schadek vindt dit leuk.

  7. Lluís Bussé liked your post.

  8. Wat een waanzinnig geweldig verhaal Huub.
    Ze zeggen van mij weleens dat ik op Kees van Kooten lijk, of Paul van Vliet. Maar het blijft bij lijken, het heeft me nooit zo’n spontaan kussende ravissante jonge vrouw opgeleverd.
    Het is waar: auteurs zijn volkomen nutteloze figuren, je hebt niks, het wordt nooit wat en het lijkt ook nog nergens op 😉

  9. Andreas Koch vindt dit geweldig.

  10. @stanlenssen Dank voor je reactie Stan. Het is al heel wat als we op onszelf lijken. Blijft toch het meest relaxed. 😉

    @evertpronk Dank Evert, waarvan acte tijdens ons telefoongesprek vanochtend. Tot later.

  11. Monika Dahlberg heeft dit artikel gedeeld.

  12. Sjaak Hosters vindt dit leuk.

  13. Leon van Bokhorst celebrated your post.

  14. Rens Vissermanetje vindt dit leuk.

  15. Maria Berkhout vindt dit leuk.

  16. Raph de Haas vindt dit leuk.

  17. Edwin IJsman vindt dit leuk.

  18. Petra van Bommel vindt dit leuk.

  19. Marieke Noort vindt dit leuk.

  20. Ming Hou Chen vindt dit leuk.

  21. Jacqueline Van De Geer vindt dit leuk.

  22. Net deel 2 gelezen. Het grappige is dat als ik jouw stukjes lees, ik soms jouw stem erbij hoor, alsof ik jou je eigen stukje hoor voorlezen. Dat maakt het dan een echt Huub-verhaaltje wat ik erg fijn vind.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

<span>%d</span> bloggers like this:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close