Henry Miller en de spiraalsgewijze manier van het leven bestormen.

Van alle vormen van geloof is het geloof in jezelf het meest gezonde. Dit geloof is iets dat op het leven verovert moet worden. Gezondheid is wat echtheid aan het leven verleent, maar waar vind je een voorbeeld? Buiten alle filosofische en religieuze systemen om is het leven een constante energie. Een stroom, een flux, een primaire beweger. Gezondheid bestaat uit het voluit kunnen laten stromen van die energie, zonder blokkades. Het onderscheid tussen fysieke of psychische energie is hierbij van geen belang, omdat het om communicerende vaten gaat. Veel interessanter is de vraag waar je je voeding moet zoeken, hoe je als jong kannibaal een darmenstelsel ontwikkeld. 

De man van nu is op zoek naar iets waarin hij kan geloven. Het gebeuren in zijn hoofd mag een uitgangspunt zijn, maar het is het hart dat richting geeft. Zoals Robert Bly heeft aangetoond is het ‘De Wildeman’, verborgen in de diepten van het mannelijk Zelf, die een uitkomst biedt. Maar hoe vertaal je dit naar de werkelijkheid? Waar zijn de kronieken van de mannen die een helpende hand uitsteken? Wie ging er tot op de bodem?

Veertig jaar geleden ontdekte ik een ‘pil’ van een boek in de boekenkast van mijn vader. Een boek dat hij amper gelezen had en dat hem merendeels met afschuw vervulde. Dit boek oefende een ongelooflijke aantrekkingskracht op mij uit. Vanaf het lezen van de eerste regels was ik mij bewust van een feit dat ik toen niet onder woorden kon brengen. Namelijk, dat hier iemand tot mij sprak. Een stem rechtstreeks uit het leven. Toegegeven, die stem was rauw en somtijds nietsontziend, maar hij straalde van energie en oprechtheid.

‘Mijn familie behoorde geheel en al tot het Noordse ras, wat wil zeggen dat het idioten waren. Elk verkeerd idee dat er ooit verkondigd is, was van hun gading. Onder andere de doctrine van de zindelijkheid, om maar te zwijgen over die van de rechtschapenheid. Ze waren angstig zindelijk, maar van binnen stonken ze. Niet één keer hadden ze de deur opengezet die toegang verleent tot de ziel; niet één keer piekerden ze erover om blindelings een sprong in het duister te wagen. Na het eten werd de vaat prompt gewassen en in de kast opgeborgen; als de krant uit was werd die keurig opgevouwen en op een plank gelegd; als de kleren gewassen waren werden ze gestreken, opgevouwen en in een la gestopt. Alles was voor morgen, maar morgen kwam nooit. Het heden was slechts een brug en op die brug zitten ze nog te kermen, zoals de wereld kermt, en niet één idioot die het ooit in zijn kop haalt om die brug op te blazen.’ – DE STEENBOKSKEERKRING.

Dit is de rijzende en dalende stem van een kosmos in beweging. De bezitter van die stem keek mij onthecht en krachtig aan vanaf de foto op de achterflap: Henry Miller. In de veertig jaar die volgden op ‘de ontdekking van Miller’ is hij een schrijver gebleken die de tand destijds heeft doorstaan. Anderen heb ik afgedaan als van voorbijgaande aard. Mijn kennismaking met Miller heeft zich sindsdien uitgebreid en mijn inzichten hebben zich verdiept. Voor mij was hij al die tijd meer een leermeester dan een held en vooral een man die in taal wist te vatten wat ik zelf dacht of voelde.

Het ontwaken van Miller als schrijver begon aan het begin van de dertiger jaren. Hij leefde toen in Parijs en was een vrijwillige banneling, voorgoed vertrokken uit zijn geboorteland Amerika. Hij had tien jaar lang geprobeerd te schrijven, was echtgenoot, vader, minnaar en een mislukt werknemer geweest. In wezen leek hij nergens voor te deugen. De ijskoude nacht van een cosmodemonische wereld, het leven in een wereldstad als New York, had het hem onmogelijk gemaakt een eigen weg te vinden. Schrijven in Amerika was voor hem een farce gebleken. In Amerika telde het kunstenaarschap alleen als je direct een bestseller schreef of op andere manieren geld en roem wist te verzamelen. Er was geen ruimte voor de ontwikkeling van een creatief bestaan. Instinctief voelde hij aan dat in Europa, dat hij een jaar eerder had bezocht, een kans lag. Volledig los van iedere familieband of vriendschap leefde hij letterlijk op straat, sliep onder de bruggen en leed honger. Maar de eenzaamheid van een leven ‘op de bodem’ in Frankrijk was van een ander gehalte, van een andere stijl dan ‘nergens – oftewel een Hottentot te zijn – in Amerika.’ Toen hij uiteindelijk een oude vriend ontmoette, Alfred Perles, die hem onderdak aanbood werd dit het keerpunt. Dit was het moment waarop zijn vreugdekreet volgde, een explosieve geboorte op 40 jarige leeftijd.

‘Het is nu de tweede herfst die ik in Parijs meemaak. Ik moest hierheen om een reden die ik nog steeds niet kan doorgronden. Ik heb geen geld, geen middelen van bestaan, geen hoop. Ik ben de gelukkigste mens ter wereld. Een jaar geleden, een half jaar geleden, meende ik dat ik kunstenaar was. Nu meen ik dit niet meer, ik ben het ook. Al wat literatuur was is van me afgevallen. Ik hoef, god zij dank, geen boeken meer te schrijven. En dit dan? Dit is geen boek. Dit is smaad, laster, eerroof. Dit is geen boek in de gewone zin van het woord. Nee, dit is één voortdurende belediging, een fluim in het aangezicht van de Kunst, een trap tegen het achterste van God, Mens, Lot, Tijd, Liefde, Schoonheid… wat je maar wilt. Ik ga voor je zingen, een beetje vals misschien, maar ik zing toch. Ik zing terwijl jullie creperen, ik dans op je gore lijk… Als je wilt zingen moet je eerst je mond opendoen. Je moet een stel longen hebben en iets van muziek afweten. Een accordeon of een gitaar is er niet bij nodig. Het voornaamste is dat je wilt zingen. Dit dan is een lied. Ik zing.’ – DE STEENBOKSKEERKRING.

Er is een merkwaardige parallel tussen dit keerpunt in het leven van Miller en het mannelijk initiatieritueel dat Robert Bly in De Wildeman beschrijft. Om een man te worden moet Bly’s ongeïnitieerde jongeman zich laten wegdragen op de schouders van de Wilde Sjamaan en deelhebben aan de geheimen van het woud. Daar zorgt de Wildeman voor de inwijding van de knapen tot mannen. Daar zijn de jongens gescheiden van hun moeders, zodat zij hen uiteindelijk opnieuw kunnen leren liefhebben, niet als kinderen, maar als volwassen mannen.

‘Voortaan ga ik door het leven met twee geslachten, twee halfronden, twee hemelen, twee van alles. Voortaan ben ik dubbelgeleed en tweeslachtig. Al wat gebeurt zal tweemaal gebeuren. Ik zal zijn als een bezoeker aan deze aarde, van de zegeningen daarvan genietend, haar geschenken aanvaardend. Ik zal dienen noch gediend worden. Ik zal het doel in mijzelf vinden. Ik kijk weer naar buiten naar de zon – mijn eerste volledige blik. Ze is bloedrood en er lopen mensen op de daken. Alles boven de horizon is mij duidelijk. Het is als Eerste Paasdag. De dood ligt achter me en de geboorte ook. Ik ga nu te midden van de levensziektes leven. Ik ga het geestesleven van de Pigmee leven, het geheime leven van het kleine mannetje in de wildernis van de rimboe. Binnen en buiten zijn van plaats verwisselt. Het evenwicht is niet meer het doel, de weegschaal moet vernietigd worden.’ – DE STEENBOKSKEERKRING.

Miller’s Parijse tijd was zo’n afdalen in het bos van de Wildeman. Het was zijn breuk met het verleden van zijn dominante moeder, zijn alcoholische vader, zijn fatale echtgenotes, zijn aansluiting bij wilde mannen als Alfred Perles en Michael Frank. In Parijs werd hij volwassen. Daar werd hij in staat gesteld zijn eerste echte boek te schrijven: De Kreeftskeerkring. Ruig en harig, met de stem van de wilde is De Kreeftskeerkring even opwekkend als hij afstotelijk is. Het is sterke kost, het is net alsof je sperma drinkt.

‘S’nachts als ik naar de sik van Boris kijk die op het kussen ligt wordt ik hysterisch. O Tania, waar is nu die warme kut van je, die dikke zware kousenbanden, die weke ronde dijen? Mijn stijve jongeheer is vijftien centimeter lang. Met mijn ruimnaald wordt ieder plooitje in je kut gladgestreken, jij Tania die vol zaad zit. Ik stuur je naar huis, naar je Sylvester, met pijn in je buik en je baarmoeder binnenste buiten gekeerd. Je Sylvester! Ja, die kan een vuurtje stoken, maar ik weet hoe ik een kut in vuur en vlam moet zetten. Warme stralen schiet ik in je, Tania, je eierstokken maak ik gloeiend. Is je Sylvester een beetje jaloers? Hij voelt iets, niet? Hij voelt de restjes van mijn grote jongeheer. Ik heb de stutten wat wijder uit elkaar gezet en de plooitjes gladgestreken. Na mij kun je best hengsten, stieren, rammen, woerden en Sint-Bernhards hebben. Je kunt padden, vleermuizen en hagedissen in je endeldarm proppen. Je kunt arpeggio’s schijten als je dat wilt, of de snaren van een citer over je navel halen. Ik naai je Tania, zodat je voor altijd genaaid blijft. En als je bang bent om in het openbaar genaaid te worden, dan zal ik je stilletjes naaien. Ik ruk dan een paar haartjes van je kut en plak die op de kin van Boris. Ik bijt in je kittelaar en spuw tweefrancstukken uit… – DE KREEFTSKEERKRING.

Hoe meer hij schreef hoe menselijker hij werd. Wat hij schreef mag sommigen monsterlijk voorgekomen zijn, want hij schond daarmee de regels, maar hij werd er een menselijker individu door, hij raakte het vergift kwijt.

Toen Miller zijn stem had gevonden kwam de energie los die hij jarenlang in zich verzameld had. Na De Kreeftskeerkring volgden Zwarte Lente en de Steenbokskeerkring. Deze drie boeken zijn het intro tot zijn schrijverschap. Het eerste boek behelst zijn bevrijde leven in Parijs. Het tweede, een intermezzo, is een surrealistisch visioen van een fel levend man die tot zijn jeugd terugkeert. Het derde boek schetst een onthutsende doorsnede van de Amerikaanse samenleving, waar voor de levende mens geen plaats meer was. Wat hij daar had meegemaakt noemde hij een abattoir. Deze boeken zijn ook, samen met De Kolossus van Maroussi, zijn meest elementaire werken. In verhouding tot het werk van Dante is De Kreeftskeerkring zijn Hel, De Steenbokskeerkring zijn Vagevuur, De Kolossus is de beschrijving van zijn Paradijs.

Gedreven door het verlangen om ‘alles te beschrijven van het leven van de moderne mens dat niet in boeken voorkomt’ zijn de boeken van Henry Miller onverhuld en zonder angst en schaamte voor wie hij is. Doordat hij alles over zichzelf beschreef, dus ook zijn seksuele avonturen, werden zijn boeken vrijwel direct verboden en als pornografisch bestempeld. Wie Miller’s boeken echter met eenzelfde oprechtheid beziet als de auteur ze heeft gemaakt vindt niets dan evenwicht in de chaos en niets dat niet menselijk is. Miller’s boeken zijn de getuigenis van een geboorte, van groei en – van een opgaan in het licht – zoals hij het zelf noemde. Bovendien een beschrijving van de jaren die er aan vooraf gingen en er op volgden. De reacties op zijn werk waren sterk en uiteenlopend. Miller schreef hierover in één van zijn latere werken, The World of Sex:

‘Het overgrote deel van mijn lezers, zo heb ik vaak opgemerkt, valt in twee duidelijk te onderscheiden groepen uiteen: tot de ene groep behoren zij die beweren dat ze afgestoten worden door of walgen van een ruime dosis seks, en tot de andere zij die verheugd zijn te bemerken dat dit element zulk een groot bestanddeel vormt. De eerste groep omvat velen die de studies en opstellen niet slechts prijzenswaardig vinden, maar ook uitmuntend op hun smaak afgestemd en daarom valt het hun zeer moeilijk een verklaring te geven voor het feit dat een en dezelfde persoon zulke verschillen kon produceren. Bij de tweede groep zijn er die beweren zich te ergeren over wat ze mijn serieuze zijde noemen en er dientengevolge plezier in te scheppen om alle blijken daarvan als lariekoek, gewauwel en mystiek te kwalificeren. Slechts enkele schrandere zielen schijnen in staat te zijn de zogenaamde tegenstrijdige aspecten van een mens die getracht heeft in zijn geschreven werk niets van zichzelf achter te houden met elkaar te verzoenen… Wat nu de kwestie betreft of het seksuele en het religieuze met elkaar in strijd zijn en aan elkaar tegenovergesteld, zou ik dit willen antwoorden: elk levenselement of aspect, hoe twijfelachtig ook (voor ons), is aan verandering onderhevig, en moet inderdaad worden omgezet naar een ander vlak, al gelang naar onze groei en ons begrip. De poging om ‘de weerzinwekkende’ aspecten van het bestaan te elimineren, een obsessie bij moralisten, is niet alleen absurd, maar ook nutteloos. Het mag al lukken lelijke, ‘zondige’ gedachten en begeertes, impulsen en prikkels te onderdrukken, de resultaten ervan zijn overduidelijk desastreus (er is maar weinig verschil tussen een heilige zijn en een misdadiger). Zijn begeertes uit te leven en zodoende op subtiele wijze de aard ervan te veranderen, is het doel van elke individu die er naar streeft zich te ontwikkelen. Maar de begeerte is allesoverheersend en onuitroeibaar, zelfs wanneer, zoals de boeddhisten het uitdrukken, deze in haar tegendeel omslaat. Wenst men zich van de begeerte te ontdoen dan moet men dit ‘begeren’.’ – THE WORLD OF SEX.

Het is 1939 als Miller zichzelf een vakantie gunt. Hij wordt uitgenodigd door zijn vriend Lawrence Durrell en zijn vrouw om de zomer in Griekenland door te brengen. Na in 7 jaar tijd in vijf boeken en een dozijn pamfletten zijn ervaringen met de moderne beschaving uitgekotst te hebben, overkomt Griekenland hem als een schok van herkenning, hij weet zijn innerlijk thuis gevonden te hebben.

‘Hier waren de mensen zoals ze zouden moeten zijn: open, vrijmoedig, natuurlijk, spontaan en hartelijk. Hier vond ik de mensen zoals ik ze had hopen te vinden in mijn eigen land, toen ik opgroeide tot man. Hier ook vond ik hartstocht, tegenstrijdigheden, wanorde, chaos, heel die vlekkeloze anarchie die de voorschriften, conventies en het fatsoen, die de cultuur van onze beschaving moeten bepalen, verwerpt, omdat ze deze insluit en overtreft. Hier voelde ik me omringt en opgenomen door de eeuwige elementen van aarde, water, lucht, en vuur, voelde ik me oog in oog staan met de eeuwige dageraad van de aarde, waarbij heel de moderne beschaving met haar wetten, orde, moraal, gerechtigheid en andere abstracties die door een hulpeloze wereld zijn uitgevonden, een wrede grap worden. Ik zag neer op de aarde en ik zag dat ze goed was. Griekenland openbaarde zich aan mij als de onderbewuste drempel van de onschuld. Het toont zich zoals het geboren is: naakt en open, zonder geheimen, zonder raadsels. En zo zijn ook haar bewoners, geen voorzichtige, nauwkeurig berekenende wezens met de ziel van een technicus.’ – DE KOLOSSUS VAN MAROUSSI.

Miller’s reis door Griekenland vindt men beschreven in het meesterwerk ‘De Kolossus van Maroussi’. Het is het mooiste boek dat ooit over Griekenland geschreven is. Naast het boek ‘De Wijsheid van het Hart’ vormt dit boek het meest overtuigende bewijs van Miller’s religieuze gevoel. Een gevoel dat niet wordt bepaald door tradities, noch van Oost of West (al had hij een voorkeur voor Lao Tse en de wijsheid van Zen). Een gevoel dat gestoeld was op eigen ervaring en meer overeenkomt met de extase van een bosbewoner, hongerig naar méér leven. De reis naar Griekenland is ook het breekpunt met zijn Europese jaren.

De oorlog breekt uit en hij moet zich noodgedwongen inschepen naar New York. Daar breekt voor hem een zware tijd aan. Hij verhuist naar Big Sur aan de Californische kust, waar hij alweer op een absoluut bestaansminimum leeft. Hij schrijft er de trilogie De Rozenkruisiging, bestaande uit Sexus, Plexus en Nexus en zijn grimmigste boek over Amerika: The Airconditioned Nightmare. Latere werken zijn o.a. The Books in My Life,  My Complete Book of Friends, en Big Sur and the Oranges of Hiëronymus Bosch. Halverwege de zestiger jaren worden zijn belangrijkste boeken eindelijk vrijgegeven voor publicatie in Amerika. Tot dat moment is hij een underground schrijver, wiens boeken slechts uit Frankrijk door G.I.’s illegaal konden worden binnengesmokkeld. Hij heeft naam gemaakt, maar is financieel afhankelijk van vrienden. Door devaluatie van de Franc wordt een vermogen aan royalty’s uit Frankrijk verminderd tot een grijpstuiver. Het doet hem begripsvol glimlachen. Het leven heeft hem allang geleerd alles te accepteren met een vrolijke onverschilligheid.

Waarom nu nog Miller lezen? Miller heeft in de dertiger jaren een nieuwe revolutionaire stijl van schrijven uitgevonden. Een spiraalsgewijze manier van het leven bestormen, die veel minder navolging heeft gevonden dan men zou denken. Zeker is dat het geen eenvoudige stijl is. Ze is vol van leven en dus chaotisch en springend van de hak op de tak en soms ondoordringbaar. Deze stijl legt het innerlijk patroon van de gebeurtenissen bloot. Bovendien bewegen tijd en ruimte zich op verschillende niveaus door elkaar. De tijd is de tijd van het onbewuste, wat wil zeggen dat er geen tijd bestaat. Alles gebeurt op hetzelfde moment. De feiten of gebeurtenissen van het leven zijn voor hem enkel uitgangspunten op weg naar de waarheid. Dit laatste is bepalend. Miller is uiteindelijk een schrijver van wijsheid, als Herman Hesse of Krishnamurti. Hij gebruikt het leven als een parabel. Hij is geen gewone romanschrijver. Hij wil niet behagen, hij gaat daaraan voorbij omdat hij wil bevrijden, zowel zichzelf als de lezer. Hij beschrijft het slechte in hemzelf juist omdat het ongepast is hierover te spreken.

‘Ik was het heilloos product van een heilloze bodem. Als het ik niet onvergankelijk was, zou het ‘ik’ waarover ik schrijf allang zijn vernietigd. Sommigen zullen dit een bedenksel vinden, maar al wat ik me verbeeld dat er gebeurd is, is ook werkelijk gebeurd, mij tenminste. De geschiedenis mag dit dan ontkennen, daar ik in de geschiedenis van mijn volk geen rol heb gespeeld, maar zelfs als wat ik zeg onjuist is, bevooroordeeld, hatelijk, boosaardig, zelfs als ik een leugenaar en een gifmenger ben, dan is het toch de waarheid en zal men die moeten slikken.’ – DE STEENBOKSKEERKRING.

Miller schrijft altijd in de eerste persoon. Hij plaagt ons door ons kruimels waarheid voor te houden en deze te mengen met de platheid van de straat. Daarmee geeft hij ons een onvergetelijke impressie van wat het betekent om levend te zijn en geen heilige maar een man. Dit is zijn geschenk aan ons, nog steeds even actueel. Hij daagt ons uit om hem open en zonder vooroordeel te lezen en zodoende onszelf in de ogen te kijken.

Henry Miller and the Spiral Way of taking Life by storm.

Of all forms of faith, the belief in yourself is the healthiest, this belief is something that must be conquered from life. Health is what makes life real, but where can you find an example? Outside of all philosophical and religious systems, life is constant energy. A current, a flux, a primary mover. Health consists of being able to let that energy flow fully, without blockages. The distinction between physical or psychological energy is not important here, because it concerns communicating vessels. Much more interesting is the question of where to look for nutrition, how you develop an intestinal system as a young cannibal.

Today’s man is looking for something he can believe in. The event in his head may be a starting point, but it is the heart that gives direction. As Robert Bly has shown, it is “Iron John”, hidden in the depths of the male Self, that offers a solution. But how do you translate this into reality? Where are the records of the men who lend a helping hand? Who got to the bottom?

Forty years ago I discovered a fat pill of a book in my father’s bookcase. A book he had barely read and which mostly horrified him. This book was an incredible attraction for me. From reading the first lines I was aware of a fact that I couldn’t put into words at the time. Namely, that someone here spoke to me. A voice straight from life. Admittedly, that voice was raw and at times ruthless, but it radiated energy and sincerity.

“My family belonged entirely to the Nordic race, which means they were idiots. Every wrong idea ever put forward was of their liking. Among other things, the doctrine of cleanliness, not to mention that of righteousness. They were terribly toilet trained, but inside they smelled. Not once had they opened the door that allowed access to the soul; not once did they worry about taking a blind leap in the dark. After dinner the dishes were promptly washed and put away in the cupboard; when the newspaper was out it was neatly folded and placed on a shelf; when the clothes were washed they were ironed, folded, and put in a drawer. Everything was for tomorrow, but tomorrow never came. The present was just a bridge and on that bridge, they still moan like the world groans, and not one idiot ever thinks to blow up that bridge.” – TROPIC OF CAPRICORN.

This is the rising and falling voice of a cosmos in motion. The owner of that voice looked at me detached and powerful from the photo on the back cover: Henry Miller. In the 40 years that followed “Miller’s discovery,” he proved to be a writer who stood the test of time. I have dismissed others as transient. My acquaintance with Miller has since expanded and my insights have deepened. For me, he was more of a teacher than a hero all the time and above all a man who knew how to transform into language what I thought or felt.

Miller’s awakening as a writer began in the early 1930s. He was living in Paris at the time and was a voluntary exile, leaving his native America for good. He’d tried to write for ten years, been a husband, father, lover, and a failed employee. In essence, he seemed to be no good for anything. The icy night of a cosmodemonic world, living in a metropolis like New York had made it impossible for him to find his own way. Writing in America had turned out to be a farce to him. In America artistry only counted if you immediately wrote a bestseller or managed to collect money and fame in other ways. There was no room for the development of creative existence. He instinctively sensed that there was an opportunity in Europe, which he had visited a year earlier. Completely detached from any family ties or friendship, he literally lived on the street, slept under the bridges, and starved. But the loneliness of a life “at the bottom” in France was of a different quality, of a different style than “nowhere – that is to be a Hottentot – in America.” When he finally met an old friend, Alfred Perles, who offered shelter this became the turning point. This was when his cry of joy followed, an explosive birth at the age of 40.

“It is now my second autumn in Paris. I had to come here for a reason I still can’t fathom. I have no money, no means of support, no hope. I am the happiest person in the world. A year ago, six months ago, I thought I was an artist. Now I don’t mean this anymore, it’s me. All literature has fallen off me. Thank God I don’t have to write any more books. What about this? This is not a book. This is libel, slander. This is not a book in the ordinary sense of the word. No, this is one continuous insult, a flurry in the face of Art, a kick against the rear of God, Man, Destiny, Time, Love, Beauty… whatever you want. I’m going to sing for you, maybe a little out of tune, but I’ll sing anyway. I sing while you die, I dance like your corpse… If you want to sing, you must first open your mouth. You have to have a set of lungs and know something about music. An accordion or guitar is not required. The main thing is that you want to sing. This then is a song. I sing.” – TROPIC OF CAPRICORN.

There is a curious parallel between this turning point in Miller’s life and the male initiation ritual described by Robert Bly in Iron John. To become a man, Bly’s uninitiated young man must let himself be carried on the shoulders of the Wild Shaman and partake of the secrets of the forest. There Iron John takes care of the initiation of the boys into men. There the boys are separated from their mothers so that they can eventually learn to love them again, not as children, but as grown men.

“From now on I will go through life with two genders, two hemispheres, two heavens, two of everything. From now on I am doubly articulated and ambiguous. Everything that happens will happen twice. I will be like a visitor to this earth, enjoying its blessings, accepting its gifts. I will neither serve nor be served. I will find purpose in myself. I look out at the sun again – my first full look. She is blood red and people are walking on the roofs. Everything above the horizon is clear to me. It’s like Easter Monday. Death is behind me and so is birth. I am now going to live in the midst of life illnesses. I’m going to live the spiritual life of the Pigmee, the secret life of the little man in the wilderness of the bush. Inside and outside are switched places. Balance is no longer the goal, the scales must be destroyed.” – TROPIC OF CAPRICORN.

Miller’s Paris day was one such descent into the forest of Iron John. It was his break with the past of his dominant mother, his alcoholic father, his fatal wives, his affiliation with wild men like Alfred Perles, and Michael Frank. He grew up in Paris. There he was enabled to write his first real book: The Tropic of Cancer. Rough and hairy, in the savage voice, The Tropic of Cancer is as uplifting as it is repulsive. It’s strong food, it’s like drinking semen.

“At night when I look at the goatee of Boris lying on the pillow, I get hysterical. Oh Tania, where is that warm cunt of yours, those thick heavy garters, those soft round thighs? My stiff young gentleman is six inches long. With my reaming needle every crease in your cunt is smoothed out, you Tania full of cum I am sending you home to your Sylvester with pain in your stomach and uterus turned inside out. Your Sylvester! Yes, he can raise a fire. but I know how to set a cunt on fire. I shoot hot rays in you Tania, your ovaries I make glowing. Is your Sylvester a little jealous? He feels something, doesn’t he feels the leftovers of my great young gentleman. I spread the struts a little wider and smoothed out the folds. After me, you can have stallions, bulls, rams, drakes, and Saint Bernard. You can stuff toads, bats, and lizards in your rectum. You can shit arpeggios if you want to, or pull the strings of a zither over your belly button. I’ll sew you, Tania, so you stay screwed forever. And if you are afraid of getting screwed in public, I’ll screw you quietly. I will rip a few hairs off your cunt and stick them on Boris’s chin. I’ll bite your tickler and spit out two franc pieces…” – TROPIC OF CANCER.

The more he wrote, the more human he became. What he wrote may have seemed monstrous to some, because he was breaking the rules, but it made him a more human individual, he got rid of the poison.

When Miller found his voice, the energy he had accumulated in him for years was released. The Tropic of Cancer followed Black Spring and the Tropic of Capricorn. These three books are the intro to his authorship. The first book deals with his liberated life in Paris. The second, an interlude, is a surreal vision of a fiercely living man who returns to his youth. The third book sketches a staggering cross-section of American society, where there was no longer any place for living people. He called what he had experienced there an abattoir. These books, together with The Colossus of Maroussi, are also his most elementary works. In relation to Dante’s work, The Tropic of Cancer is his Hell, The Tropic of Capricorn is his Purgatory, The Colossus is the description of his Paradise.

Driven by a desire to “describe everything in modern man’s life that does not appear in books,” Henry Miller’s books are open and without fear and shame for who he is. Because he described everything about himself, including his sexual adventures, his books were almost immediately banned and labeled as pornographic. However, anyone who views Miller’s books with the same sincerity as the author made them will find nothing but balance in the chaos and nothing that is not human. Miller’s books are the testimony of birth, of growth and – of absorption into the light – as he himself called it. In addition, a description of the years preceding and following it. Reactions to his work have been strong and varied. Miller wrote about this in one of his later works, The World of Sex:

“The vast majority of my readers, I have often noted, fall into two distinct groups: one group includes those who claim to be repelled or disgusted by a generous dose of sex, and the other be pleased to find that this element is such a great ingredient. The first group includes many who find the studies and essays not only praiseworthy but also excellently tailored to their taste, and therefore it is very difficult for them to explain why one and the same person could produce such differences. In the second group, there are those who claim to be annoyed by what they call my serious side and as a result take pleasure in describing all the evidence of it as nonsense, hoax, and mysticism. Only a few shrewd souls seem able to reconcile the so-called contradictory aspects of a man who has sought to keep nothing from himself in his written work … As for the question of whether the sexual and the religious are in conflict. and to each other, I would answer this: every element of life or aspect, however questionable (to us), is subject to change, and indeed must be transformed into another plane, according to our growth and understanding. The attempt to eliminate “the revolting” aspects of existence, an obsession among moralists, is not only absurd but also futile. While it may be possible to suppress ugly “sinful” thoughts and desires, impulses, and stimuli, the results are clearly disastrous (there is little difference between being a saint and a criminal). To live out one’s desires and thus subtly change their nature is the goal of every individual who strives to develop. But desire is all-pervasive and ineradicable, even when, as the Buddhists express it, it turns into its opposite. If one wishes to get rid of craving, one must “covet” it.” – THE WORLD OF SEX.

It’s 1939 when Miller allows himself a vacation. He is invited by his friend Lawrence Durrell and his wife to spend the summer in Greece. After vomiting his experiences with modern civilization in five books and a dozen pamphlets in 7 years, Greece comes across as a shock of recognition, he knows that he has found his inner home.

“Here people were as they should be: open, bold, natural, spontaneous, and warm. Here I found the people I had hoped to find in my own country when I grew up to be a man. Here too I found passion, contradictions, disorder, chaos, all that flawless anarchy that rejects the precepts, conventions, and decency that must define the culture of our civilization because it includes and surpasses them. Here I felt surrounded and absorbed by the eternal elements of earth, water, air, and fire, I felt myself face to face with the eternal dawn of the earth, involving all of modern civilization with its laws, order, morals, justice and other abstractions invented by a helpless world become a cruel joke. I looked down on the earth and I saw that it was good. Greece revealed itself to me as the subconscious threshold of innocence. It shows itself as it was born: naked and open, without secrets, without riddles. And so are its inhabitants, not cautious, accurately calculating beings with the soul of a technician.” – THE COLOSSUS OF MAROUSSI.

Miller’s journey through Greece is described in the masterpiece “The Colossus of Maroussi”. It is the most beautiful book ever written about Greece. In addition to the book “The Wisdom of the Heart,” this book is the most compelling evidence of Miller’s religious feeling. A feeling that is not defined by traditions, East or West (although he preferred Lao Tse and the wisdom of Zen). A feeling that was based on personal experience and more closely resembles the ecstasy of a forest dweller, hungry for more life. The trip to Greece is also the breaking point with its European years.

The war breaks out and he is forced to embark on New York. There is a difficult time for him. He moves to Big Sur on the California coast, where he once again lives on an absolute subsistence level. He writes the trilogy The Rose Crucifixion, consisting of Sexus, Plexus and Nexus, and his grimmest book about America: The Airconditioned Nightmare. Later works include The Books in My Life, My Complete Book of Friends, and Big Sur and the Oranges of Hiëronymus Bosch. In the mid-1960s, his major books are finally released for publication in America. Until then, he was an underground writer whose books could only be illegally smuggled in from France by G.I. He has made a name for himself but is financially dependent on friends. By devaluing the Franc, a wealth of royalties from France is reduced to a grab penny. It makes him smile understandingly. Life has long taught him to accept everything with cheerful indifference.

Why read Miller now? Miller invented a new revolutionary style of writing in the 1930s. A Spiral Way of taking Life by storm that has found far less imitation than one might think. It is certain that it is not a simple style. She is full of life and therefore chaotic and jumping from one subject to another and sometimes impenetrable. This style exposes the inner pattern of events. Moreover, time and space intermingle on different levels. Time is the time of the unconscious, which means that time does not exist. Everything happens at the same time. The facts or events of life are only starting points for him on the way to the truth. The latter is decisive. Miller is ultimately a writer of wisdom, like Herman Hesse or Krishnamurti. He uses life as a parable. He is no ordinary novelist. He does not want to please, he ignores it because he wants to liberate both himself and the reader. He describes the bad in himself precisely because it is inappropriate to speak about it.

“I was the unwholesome product of unwholesome soil. If the I were not imperishable, the “I” I write about would have long since been destroyed. Some may think this is a fabrication, but everything I imagine happened actually happened, at least to me. History may deny this, as I have played no part in the history of my people, but even if what I say is false, prejudiced, hateful, malicious, even if I am a liar and a poisoner, it is still the truth and they will have to swallow it.” – TROPIC OF CAPRICORN.

Miller always writes in the first person. He teases us by holding up crumbs of truth and mixing it with the flatness of the street. In doing so, he gives us an unforgettable impression of what it means to be alive and not a saint but a man. This is his gift to us, still as relevant today. He challenges us to read it openly and without prejudice, and thus look ourselves in the eye.

5 thoughts on “Henry Miller en de spiraalsgewijze manier van het leven bestormen.

  1. Cindy Mirande liked your post.

  2. Quirine Reijman liked your post.

  3. Schitterend essay over Miller. Toch een controversiële schrijver, maar je laat ons afstand nemen en hem op objectieve merites beschouwen.
    Dank Huub, voor de deur die je openzet naar deze schrijver.

  4. Ha Stan,

    Tsja, soms heb je nog wat op de plank liggen, waarvan je met zekerheid kunt aannemen dat een zeer beperkt publiek er bekend mee is. In de 90er jaren heb ik vier jaar gecorrespondeerd – met brieven ja ja – met Millers Nederlandse biograaf Henk van Gelre. Als gevolg daarvan schreef ik een artikel over Miller voor Tijdschrift De Wildeman van Ton van der Kroon. Tipje van de sluier op deze plek: https://zichtbarezaken.wordpress.com/2012/08/31/henk-van-gelre-1928-2012/

    Groeten van Huub

  5. Carola de Jonge vindt dit leuk.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close